RUPSJE NOOITGENOEG

Rupsje Nooitgenoeg

Er is nooit genoeg voor jou. Althans, zo ervaar je het. Te vroeg werd je teleurgesteld in je leven en ontving je niet de liefde, warmte of voeding die je zo nodig had. En door dit gemis heb je je verlangens op een dag bijgesteld. Niemand kan aan jouw verlangens tegemoet komen en er zal nooit genoeg voor jou zijn. Zo ervaar jij dat.
Van buiten lijkt het alsof je genoegen neemt met wat je hebt maar van binnen voel je iedere dag een tekort. Als een soort Rupsje Nooitgenoeg. Dit gevoel doet pijn, maakt je boos en zorgt voor onderdrukte wrok. Maar je uitspreken of zelf de verantwoording nemen om verandering te krijgen, daar denk je liever niet aan.
Als er al eens iemand is die je geeft waar jij diep van binnen zo naar verlangt dan kun je het niet meer toelaten. Je hebt hoge randvoorwaarden opgeworpen waar eigenlijk niemand aan kan voldoen.
Jouw grote innerlijke gemis zorgt ervoor dat je je steeds meer terugtrekt en passief wordt in je doen en laten.

Gebrek aan levenszin

Het gevoel van tekort levert gebrek aan vitaliteit op waardoor jouw eigen innerlijke vuur is verworden tot een klein waakvlammetje. Je voelt je vaker moe en zwak dan krachtig en vitaal.
Het lijkt erop alsof je het contact met de bron bent kwijtgeraakt waardoor je het vertrouwen mist dat ook jij voor jezelf kunt zorgen. Om iedere dag tot actie te komen kost je heel veel moeite. Zo veel dat je er liever voor kiest om passief te wachten. En is er een moment waarop je dan een keer van je laat horen, dan zijn je behoeftes zo immens groot dat ze niet te vervullen zijn waardoor er een self fulfilling prophecy ontstaat. ‘Zie je wel, het is nooit (goed) genoeg.’
Het gevoel van tekort ken je te goed met als gevolg dat het woord overvloed niet (meer) in jouw vocabulaire voorkomt.
Leven vanuit overvloed, überhaubt leven zonder te vechten, dat ken je niet. Zonder hulp je hoofd boven water houden, hoe onrechtvaardig dit ook voor jouw gevoel is, hou je al heel lang vol en maakt je tegelijk diep van binnen boos.

Quid pro quo

Je staat altijd voor een ander klaar, helpt graag en past daarvoor zelfs vaak je eigen leven aan met een onuitgesproken hoop hier wat voor te krijgen. Voor wat hoort wat.
Maar iets doen voor een ander in de verwachting dat je hier iets voor terugkrijgt, dat zal zich ontpoppen tot een bodemloze put. De ander kan immers nooit aan jouw verlangens voldoen. De verhouding is in veel gevallen lang geleden al scheef getrokken. En zo blijf je je hele leven verlangens houden die de buitenwereld niet voor je kan oplossen.
Jouw innerlijke gemis van je niet geboren tweelingbroer- of zus tracht je op te vullen door klaar te staan voor anderen, ten koste van jezelf. Je gunt de ander meer ruimte dan jijzelf, zet jezelf op de tweede plaats. Maar diep van binnen maakt het je boos dat er zo weinig ruimte voor jou is. Liever zou je je alle ruimte toe-eigenen. Je hebt namelijk heel sterk het gevoel dat je recht hebt op meer, alles om je heen voelt te nauw, maar het werkelijk leven, vanuit je hart, dat lukt je niet. Af en toe doe je een poging en neem je ineens veel ruimte voor jezelf. Alleen het werkelijk voelen vanuit je basis, dat is je onbekend. Alsof je je eigen lichaam nooit werkelijk goed hebt betrokken.

Tekorten in de baarmoeder

Waarom voel jij je zo?
Heel vaak is er in het begin van de zwangerschap, in de eerste weken, een tekort geweest aan voeding en of ruimte. Er was niet genoeg voor jullie twee. Je mag je realiseren dat een zo’n pril begin van jouw leven nog niet het bewustzijn heeft als dat jij nu hebt. Het was jij of de ander en hoe je het ook went of keert, jij bent uiteindelijk geboren, was in dit eerste begin de sterkste. Jij hebt de ruimte en voeding genomen die je nodig had om in leven te blijven. En daar zit voor een groot deel de oorzaak van jouw gevoelens.

Voeding

Voeding is voor jou al je hele leven een issue. Dit kan letterlijk voeding zijn in de vorm van eten. Maar ook roken, drinken of shoppen zijn manieren om de leegte te vullen. Een gevoel van pijn of innerlijke leegte uit zich in een gevoel van honger. Honger naar eten, naar een sigaret, naar iets nieuws…
Zo ben je geneigd om te eten, om je te vullen, maar niet om te voeden. Altijd te veel in huis hebben of te veel meenemen op reis. Het idee dat er een tekort kan optreden zit diep.

Omarm je innerlijk kind

Je mag tot het inzicht gaan komen dat innerlijke honger naar liefde, aandacht of warmte niet op te vullen is middels voeding of andersinds. Jouw innerlijke leegte staat niet synoniem met de buitenwereld. De buitenwereld kan jouw leegte niet vullen.
Jouw levensles is om je eigen innerlijke kind te dragen, te troosten. Dat stukje in jou dat zich zo boos, verdrietig en eenzaam & verlaten heeft gevoeld toen je tweelinghelft overleed.
Je mag gaan inzien dat je dit deel van jou mag koesteren en liefhebben. Dat ook jij bestaansrecht hebt. En dat er meer dan genoeg is voor jou en alles en iedereen om je heen.

© Aranka Reeuwijk

 

ps. Niet alleen maar alleengeboren tweelingen ontwikkelen dit afweermechanisme om zich staande te houden. Er zijn genoeg andere situaties in iemands vroege leven waardoor die zich terugtrekt en zich niet meer laat raken. Vaak zijn het (één van) de ouders die er niet voor je was/waren.

pps. Wat nu als je het gevoel hebt alleen op de wereld te zijn. Het lijntje met boven iedere dag aan je trekt en op aarde komen als een dagelijks gevecht voelt. Of als je als een soort Pippi Langkous door het leven gaat? Meer iemand die altijd een deur op een kier laat staan, ‘voor het geval dat’?

Geïnspireerd door Handboek chakra psychologie van A. Judith en De Maskermaker van W. Veenbaas.

Facebooktwitterlinkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *